Jacqueline Grandjean about the Eternal Sukkah (dutch)

A comment on the Sukkah project in dutch bY Jacqueline Grandjean directeur en curator Oude Kerk, Amsterdam): “Sala-Manca is het enige onafhankelijke kunstenaarsplatform van de stad, gevestigd in een voormalig leprozentehuis Jesus Hilfe in Jerusalem. Ideologie is om een actieve gemeenschap voor kunstenaars te creëren die zich in verbinding stellen met de maatschappij. Een van de meest geëngageerde projecten die de twee oprichters, Lea Mauas and Diego Rotman tonen is Eternal Sukkah (2014). Soekot, dat een vreugdevol feest is, wordt beschreven in de Tenach (de Hebreeuwse Bijbel), waarin de Israëlieten (en daarmee ook hun nakomelingen de Joden) wordt opgedragen dit feest elk jaar te vieren. Volgens de traditie bouw je een hut in de tuin, een Sukkkah, waar de maaltijd wordt genoten. In aanloop tot dit feest besloten de kunstenaars van Sala- Manca een loofhut te bouwen in de openbare ruimte. In het holst van de nacht trokken ze de woestijn in om de naar dit gebied verbannen Jehalin Bedoeïenen te bezoeken. De gemeenschap leeft hier een nomadisch bestaan sinds ze in 1949 van hun land in de Negev woestijn werd verdreven. De kunstenaars luisterden naar de verhalen van de bedoeïenen en besloten een van de zelfgebouwde hutten te kopen en te vervoeren naar Jerusalem. De ontmanteling vond ’s-nachts plaats om militair ingrijpen te voorkomen. De Jehalin is een volk op de vlucht, dus hun sobere onderkomen is in een aantal uur van de ene naar de andere plek te verplaatsen. De geadopteerde hut (Sukkah) biedt in de openbare ruimte van Jerusalem een perspectief op de Joodse geschiedenis en werpt een blik op de status van vluchteling. Het project legt op sympathieke wijze de diversiteit bloot van de harde realiteit van het leven in Israël en haar paradoxale geschiedenis.
Na het Loofhuttenfeest werd de hut afgebroken en genummerd en gecategoriseerd opgeborgen. Het Israël Museum toonde onlangs haar interesse in het project. Sala-Manca denkt momenteel na op welke manier deze manifestatie tot museumobject kan transformeren. Een ding staat vast: de Bedoeïenen profiteren mee van de verkoopsom van het werk. “